Eten op gevoel.
Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn.
Geen diëten meer, geen restricties. Gewoon luisteren naar je lijf.

Maar dan komt het moment dat je voor de kast staat. Of voor de koelkast.
En ineens weet je het niet.

Heb ik honger of verveel ik me?
Eet ik dit omdat ik daar enorm van geniet, of ben ik iets aan het wegstoppen of verdoven?

Zodra je probeert te voelen, merk je hoe ver je eigenlijk van jezelf verwijderd bent geraakt.


Intuïtief eten gaat niet over eten.
Het gaat over contact.

Contact met je lijf. Je grenzen. Je honger – fysiek én emotioneel.

En dat contact? Dat zijn we onderweg kwijtgeraakt.
Niet omdat we niet sterk zijn. Maar omdat we zijn opgegroeid in een cultuur die ons leerde dat we niet te vertrouwen zijn.

We leerden om signalen te negeren:

  • “Heb je echt honger of gewoon trek?”
  • “Even volhouden nog, dan voel je je achteraf goed.”
  • “Niet toegeven.”

We leerden regels. Controlesystemen. Verboden.


Maar intuïtie vraagt geen regels.
Het vraagt ruimte. Stilte. Aandacht. Zelfkennis.

Het vraagt dat je jezelf serieus neemt.
Je behoefte respecteert.
En dat je mild durft te zijn in een wereld die van je vraagt dat je streng bent.


En weet je? Dat geldt net zo goed voor hoe je je kleedt.

Want ook kleding is een vorm van zelfzorg.

Wat als jij deze zomer draagt waar je je vrij in voelt – niet waar je slanker in lijkt?
Wat als je ‘mooie’ jurken ruilt voor ‘goede’ jurken – jurken die jóu goed doen?
Wat als je niet langer kiest op basis van hoe iets staat…
maar hoe iets voelt?

Je lichaam is geen billboard.
Het is een thuis. En jij mag kiezen hoe je het inricht.


Intuïtief eten. Intuïtief leven. Intuïtief kleden.

Het klinkt revolutionair. Maar eigenlijk is het teruggaan naar wat we diep vanbinnen allang weten.

Dat we onszelf kunnen vertrouwen.
Dat we mogen kiezen.
Dat we niet gemaakt zijn om in vormpjes te passen – maar om onszelf te belichámen.